Volg ons op Twitter
T. 026 848 42 14


Opinieblad VNO NCW 09-02-2012

Nederland en Duitsland azen op technisch personeel uit Spanje

09-02-2012 - Nederland heeft een groot tekort aan technici, en dat loopt alleen maar op. Spanje heeft juist een groot overschot aan werkloze technici. Eén en één is twee. Alleen ligt Duitsland op de loer, want dat heeft ze nóg harder nodig. Moet Rutte niet eens langs bij zijn Spaanse collega?

Op de website van Henk van Soest loopt een foto van een rij Hollandse molens over in een foto van een rij Spaanse molens. Daarnaast prijkt een kaartje van Google Maps, waarop de route Madrid-Amsterdam staat aangegeven. Best te doen, lijkt de boodschap. De website heeft twee versies: spaansemedewerkers.nl en trabajarenholanda.es. De eerste richt zich op Nederlandse werkgevers die naarstig op zoek zijn naar technisch, ict- en zorgpersoneel. De tweede op werkloze Spanjaarden die bereid zijn om hun heil elders te zoeken.

Henk van Soest kan worden gezien als de pionier van de huidige ‘golf’ van arbeidsmigranten uit Spanje. Hij zag als eerste het gat in de markt: de koppeling van het Nederlandse tekort aan het Spaanse overschot aan arbeidskrachten. Volgens het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt komt Nederland in 2016 maar liefst 155 duizend technici tekort.

Dit jaar kwamen de eerste Spanjaarden over. Inmiddels hebben zich meer Nederlandse bedrijven en uitzendbureaus op de Spaanse markt gestort. Zoals Otto, groot geworden met de werving en uitzending van Polen en andere Oost-Europeanen voor vooral productiewerk. Maar de Polen ‘drogen op’ nu hun eigen land zich steeds beter ontwikkelt. Otto richt het vizier daarom op technische krachten, en die zijn in Spanje volop te vinden. Spanje heeft namelijk een sterk industrieel verleden.

In samenwerking met Otto en Mediato, het uitzendbureau van zijn schoonzoon, werft Van Soest arbeidskrachten in Spanje. Hij pendelt heen en weer naar Nederland, waar hij werkgevers bezoekt en onderwijsinstellingen. Die probeert hij warm te maken voor het verder opleiden van Spaanse technici. ‘In Nederland zie je bijvoorbeeld dat honderd bedrijven deelnemen aan een technische opleiding, terwijl in de schoolbanken hooguit vijftig studenten zitten. Dat betekent niet eens één toekomstige arbeidskracht per bedrijf. Ondertussen lopen er in Baskenland dertienhonderd werkloze afgestudeerde technici rond. Waarom zou je die niet naar Nederland halen voor een aanvullende opleiding op het gebied van de Nederlandse techniek, cultuur en taal?’

Warm nest
Timmermans Verspaningstechniek in Oudenbosch is een van de bedrijven waarmee Van Soest zaken doet. Het bedrijf wendde zich altijd tot een vakopleiding als het nieuw personeel nodig had. Leerlingen werden in het bedrijf verder opgeleid. ‘Maar het niveau van de jongeren die aan zo’n opleiding beginnen, is de laatste jaren te laag’, zegt directeur Arjan Timmermans. ‘Moeders willen hun kinderen liever in pak dan in overall zien.’

Het aannemen van Nederlandse vakkrachten is voor hem geen optie, ‘want die kun je alleen maar weghalen bij collega’s, en dat doe je niet.’ Via een oude bekende, een Spanjaard die in de jaren zestig als gastarbeider bij het bedrijf was beland en in Nederland is gebleven, werden de eerste contacten met Spanje gelegd, en kwam Van Soest in beeld.

Timmermans heeft inmiddels drie Spanjaarden in dienst. ‘We bieden ze een totaalplaatje, want we willen dat ze hier blijven en zich vestigen met hun gezin. Op onze kosten gaan ze twee keer per week op Nederlandse les, onder werktijd. We hebben een appartement gekocht waarin ze tegen kostprijs wonen. Ze moeten wel wennen aan het Nederlandse weer, maar verder bieden we ze een warm nest.’

Orland Cores is een van de drie Spaanse medewerkers in Oudenbosch. Hij is afkomstig uit Vigo, in het noordwesten van Spanje. ‘Ik was een paar maanden werkloos en het zag er niet naar uit dat ik snel weer aan het werk zou komen. Toen kwam ik in contact met Henk van Soest. Drie ooms van mij, die zelf in Nederland hebben gewerkt, zeiden dat ik daar niet als buitenlander zou worden gezien. Ik heb ook Duitsland overwogen, maar daar moet je echt Duits kunnen spreken, Engels is niet genoeg.’

Hier volgt hij nu drie maanden Nederlandse les. Een moeilijke taal om te leren, vindt hij, zeker voor iemand die al 32 is. Hij mist het Spaanse eten en de zon, maar denkt er toch over om zijn vrouw en kinderen over te laten komen. Wat hem betreft voor altijd. ‘Spanje is een goed land om te leven, maar niet om te werken.’

Het werken met de Spanjaarden bevalt Timmermans goed. ‘Ze zijn netjes en correct, en hebben de wil om te werken. Dat geldt ook voor de Oost-Europeanen die hier werken, maar die zijn toch wat schuwer, meer wantrouwend. Ze kunnen het gevoel hebben dat ze worden gebruikt. En als je ze vraagt of ze iets hebben begrepen, dan zeggen ze ‘ja’, ook als dat niet zo is. Dat heeft volgens mij te maken met het communistische verleden. Spanjaarden zijn wat dat betreft meer westers.’

Kaas van brood
Henk van Soest ziet de ervaringen van Timmermans als een pilot. Op basis daarvan wil hij andere bedrijven interesseren in het werven van Spanjaarden. Ook zoekt hij de politiek op. ‘Ik wil politieke partijen duidelijk maken dat het hier niet om het binnenhalen van kanslozen gaat.’

Hij verwacht niet dat er tienduizenden Spanjaarden naar Nederland zullen komen, maar duizenden moet mogelijk zijn. Als die inmiddels niet door Duitsland zijn ingelijfd tenminste. Bij de oosterburen speelt het vergrijzingvraagstuk namelijk sterker dan in Nederland, en is de industriële sector groter. De Duitse overheid maakt bovendien meer werk van het binnenhalen van Spanjaarden. Ze krijgen bijvoorbeeld een volledige opleiding aangeboden, gekoppeld aan de plicht om daarna ook daadwerkelijk in Duitsland aan de slag te gaan. Het Duitse Goethe Instituut in Spanje biedt taalcursussen aan.

De Nederlandse overheid hoeft dat niet allemaal ook te doen, vindt Van Soest. Wel moeten politici beseffen dat Nederland ook nog steeds een productieland is, en dat er behoefte is aan Spaanse arbeidsmigranten. ‘Nu is de discussie over migratie te negatief. Spanjaarden moeten zich welkom voelen. Als we daar te lang mee wachten, eet Duitsland het kaas van ons brood en zijn de beste krachten straks weg.’

Vorig voorjaar toog de Duitse bondskanselier Merkel naar Spanje om haar ambtgenoot Zapatero duidelijk te maken dat er in Duitsland honderdduizend vacatures klaarliggen. Misschien zou Mark Rutte dat ook eens kunnen doen.

Tegenover het Duitse wervingsgeweld kan Nederland twee voordelen stellen. De taaleisen zijn hier minder streng. In Nederland voldoet in eerste instantie Engels, en dat spreken Spanjaarden eerder dan Duits. Daarnaast kan het verleden nog een rol spelen. Spaanse fabrieksarbeiders hebben vaak een socialistische achtergrond en herinneren zich nog goed dat de fascistische vijand tijdens de Spaanse burgeroorlog werd gesteund door de Duitse fascisten. Nederland en Spanje delen hooguit de Tachtigjarige Oorlog.


Toen het nog gastarbeiders waren

In 1961 sloten de Nederlandse en de Spaanse overheid een zogenoemd wervingsakkoord. Afgesproken werd dat teams uit het Nederlandse bedrijfsleven Spaanse arbeidskrachten mochten werven in gebieden die door de Spaanse overheid waren aangewezen. Het Rijksarbeidsbureau in Nederland hield toezicht. Spanje lette er wel op dat niet te veel hoogopgeleiden het land verlieten. In de periode 1964-1971 werden jaarlijks bijna zesduizend Spanjaarden verworven. Daarnaast vond een bijna even grote groep op eigen gelegenheid de weg naar Nederland. Op het hoogtepunt verbleven er meer dan dertigduizend Spanjaarden in Nederland.

Vanaf 1974 gingen er meer Spanjaarden terug dan dat er bij kwamen. Volgens het Centrum voor Geschiedenis van Migranten had dat te maken met de dood van dictator Franco in 1975, waarna in 1977 de eerste vrije verkiezingen plaatsvonden.

Helft werkloos

De werkloosheid in Spanje is opgelopen tot 23 procent (ruim vijf miljoen mensen). Onder jongeren tot 25 jaar is dat zelfs 51 procent. Het zijn dan ook vooral alleenstaande jongeren die hun biezen pakken en naar het buitenland vertrekken. Nederland moet het daarbij vooralsnog afleggen tegen Duitsland en Engeland. Duitsland ontving in de eerste helft van 2011 ruim zevenduizend Spanjaarden, bijna de helft meer dan in 2010. Ter vergelijking: tussen 2007 en 2010 steeg het aantal Spanjaarden dat jaarlijks naar Nederland trok van vijftienhonderd naar 2.750.

De Spaanse overheid heeft liever dat de jongeren aan de slag gaan in het buitenland dan dat ze werkloos thuis zitten. Vanuit het buitenland kunnen zij geld naar hun familie sturen. Bovendien zal een deel terugkeren als de Spaanse economie weer aantrekt.

Arbeidsmigrant werkt!

Het saldo van de arbeidsmigratie naar Nederland is positief. Het beeld mag niet worden bepaald door negatieve voorvallen. Dat stellen onder meer VNO-NCW en MKB-Nederland in de vorige week uitgebrachte brochure Arbeidsmigrant werkt!. Ook LTO-Nederland, The Hague Process on Refugees and Migration en een aantal Nederlands bedrijven hebben aan de brochure meegewerkt. De bedrijven vertellen over hun ervaringen met arbeidsmigranten.

In het Nederlandse overheidsbeleid is arbeidsmigratie het sluitstuk. Als een werkgever een vacature heeft, moet hij eerst kijken naar Nederlanders of mensen uit andere EU-lidstaten. Een ondernemer wil echter de beste kandidaat kiezen uit een zo groot mogelijk aanbod. Het is dan logisch om in de hele wereld te kunnen zoeken.

We hoeven niet bang te zijn voor verdringing van Nederlandse geschikte arbeidskrachten door buitenlandse, aldus de brochure. Maar dan moet wel worden voldaan aan een aantal randvoorwaarden: geen ondermijning van de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsverhoudingen en het systeem van sociale zekerheid. Verder moet de huisvesting van arbeidsmigranten goed geregeld zijn en mag er geen uitbuiting plaatsvinden.

De brochure kan worden besteld of gedownload via www.vno-ncw.nl/brochures.
Paul Scheer
scheer@vno-ncw.nl